Katten zijn verplichte carnivoren, ook wel obligate carnivoren genoemd. Ze kunnen bepaalde aminozuren zoals taurine en arginine niet zelf aanmaken en zijn daardoor volledig afhankelijk van dierlijk eiwit via hun voeding. Honden zijn omnivoren en hebben meer voedingsflexibiliteit: ze kunnen een deel van hun energie ook uit andere bronnen halen. Dit biologische verschil is de reden waarom kattenvoer van nature een hoger eiwitpercentage nodig heeft dan hondenvoer. Kies je voor de juiste voeding, dan geef je je kat precies wat haar lichaam nodig heeft.
Het verschil tussen een kat en een hond zit niet in smaakvoorkeur, maar diep in het metabolisme. De kat is evolutionair gevormd als zuivere vleeseter. Haar spijsvertering, haar organen en haar biochemie zijn volledig afgestemd op het verwerken van dierlijk weefsel. Waar een hond of een mens enzymen heeft om energie ook uit koolhydraten en vetten te halen, mist de kat een deel van die enzymatische capaciteit. Eiwit is voor de kat niet alleen een bouwstof, maar ook de primaire energiebron.
Dit heeft directe gevolgen voor de voeding. Een hond heeft als minimum ruwweg 18 tot 22 procent eiwit in de droge stof nodig. Een kat heeft minstens 30 tot 40 procent nodig, en in de praktijk vaak meer. Geef je een kat structureel te weinig eiwit, dan gaat het lichaam compenseren door spierweefsel af te breken. Dat is geen theoretisch risico, dat is gewoon hoe de katten-biologie werkt.
Honden kunnen een deel van hun eiwitbehoefte compenseren via andere voedingsstoffen. Katten kunnen dat niet. Dit maakt de kwaliteit en hoeveelheid eiwit in kattenvoer veel bepalender voor de gezondheid dan bij honden.
Twee aminozuren staan centraal als je begrijpt waarom katten zo afhankelijk zijn van dierlijk eiwit: taurine en arginine. Beide komen vrijwel uitsluitend voor in dierlijk weefsel en beide zijn voor katten onmisbaar.
Taurine speelt een rol bij de hartfunctie, het gezichtsvermogen en het immuunsysteem. Een tekort leidt tot ernstige aandoeningen zoals dilaterende cardiomyopathie (een vergroting van het hart) en progressief netvliesverlies, wat uiteindelijk tot blindheid leidt. Mensen en honden kunnen taurine zelf aanmaken uit andere aminozuren. Katten kunnen dat niet, of in ieder geval niet in voldoende mate.
Arginine is voor katten net zo onmisbaar. Het speelt een sleutelrol in de ureumcyclus, het proces waarmee het lichaam ammoniak omzet in ureum en afvoert via de urine. Krijgt een kat ook maar één maaltijd zonder arginine, dan kan het ammoniakniveau in het bloed al gevaarlijk snel oplopen. Honden hebben deze kwetsbaarheid niet in dezelfde mate.
"Wat me altijd opvalt, is hoeveel eigenaren denken dat kattenvoer en hondenvoer uitwisselbaar zijn. Maar de biologie van een kat vraagt om een heel andere aanpak. Geef een kat structureel voer dat niet op haar behoeften is afgestemd, en je ziet dat vroeg of laat terug in haar gezondheid."
Dean Loeve | Eigenaar BARFmenu
De eiwitbehoefte van de kat is precies de reden waarom de basis van goede kattenvoeding bestaat uit vlees, organen en vleesbotten. Spiervlees levert de aminozuren die de kat nodig heeft voor energie en spieropbouw. Organen, en dan vooral lever, zijn rijk aan taurine en andere voedingsstoffen die in spiervlees in mindere hoeveelheden aanwezig zijn. Vleesbotten leveren mineralen en dragen bij aan een natuurlijke kauwstructuur.
Groenten en fruit kunnen een toevoeging zijn, maar zijn geen basisingrediënt. De kat heeft er weinig aan als primaire voedingsbron, omdat haar spijsvertering niet is ingericht op het efficiënt verwerken van plantaardig materiaal.
Het vers vlees voor katten van BARFmenu is samengesteld op basis van deze prooiverhoudingen. Je hoeft zelf niet te rekenen of recepturen samen te stellen. Het kant-en-klaar vers vlees (KVV) biedt de juiste balans tussen vlees, organen en vleesbotten, afgestemd op wat een kat van nature nodig heeft. Zelf BARFen vraagt veel kennis en gaat in de praktijk vaak fout, juist omdat de behoeften van een kat zo specifiek zijn.
"Katten zijn kieskeurig, maar ze zijn ook kwetsbaar. Als de voeding niet klopt, merk je dat niet altijd direct. Juist daarom is het fijn dat eigenaren weten wat er achter de schermen speelt in het lichaam van hun kat."
Devon Loeve | Eigenaar BARFmenu
In de praktijk betekent dit dat je als katteneigenaar altijd moet letten op het eiwitgehalte én de bron van het eiwit in het voer. Plantaardig eiwit, zoals uit granen of peulvruchten, telt voor een kat nauwelijks mee. Het gaat om dierlijk eiwit, bij voorkeur uit herkenbare bronnen als kip, konijn, eend, vis of lam.
Katten met een laag eiwitaanbod in hun voeding verliezen spierweefsel, worden lusteloos, krijgen een doffe vacht en zijn gevoeliger voor infecties. Dat zijn signalen die je misschien niet meteen aan voeding koppelt, maar die er wel mee samenhangen.
Voeding op basis van vers vlees, zoals het assortiment voor katten van BARFmenu, sluit van nature aan op de hoge eiwitbehoefte. Er zitten geen granen, gluten of kunstmatige toevoegingen in. Wat je geeft, is wat de kat biologisch nodig heeft.
Plantaardig eiwit mist de specifieke aminozuren, zoals taurine en arginine, die katten nodig hebben en niet zelf kunnen aanmaken. Bovendien is de spijsvertering van een kat niet ingericht op het efficiënt verwerken van plantaardige bronnen, waardoor de eiwitten ook minder goed worden opgenomen.
Bij een langdurig te laag eiwitgehalte in de voeding gaat het lichaam van de kat spierweefsel afbreken om aan de eiwitbehoefte te voldoen. Dit leidt tot gewichtsverlies, verminderde energie, een doffe vacht en een verzwakt immuunsysteem.
Af en toe een hapje hondenvoer is niet meteen gevaarlijk, maar hondenvoer is niet geschikt als volwaardige voeding voor een kat. Het eiwitpercentage is te laag en het mist de specifieke aminozuren, met name taurine, die katten nodig hebben. Langdurig voeren met hondenvoer leidt tot tekorten en gezondheidsproblemen.
Een kat heeft minimaal 30 tot 40 procent eiwit in de droge stof nodig, afhankelijk van leeftijd en conditie. In de praktijk zijn hogere percentages, afkomstig uit dierlijk weefsel, een betere aansluiting op de natuurlijke behoeften van de kat.
TinLo is een eerdere naam die verbonden is aan de geschiedenis van BARFmenu. Het huidige merk en alle producten vallen onder de naam BARFmenu.
Helemaal niet. Kant-en-klaar vers vlees (KVV) is net zo eenvoudig in gebruik als blikvoer of brokken. Je haalt het uit de vriezer, laat het op kamertemperatuur komen en geeft het aan je kat. Je hoeft zelf geen recepturen samen te stellen of voedingsstoffen bij te houden.
Wil je weten wat natuurlijke voeding voor jouw kat kan betekenen? Bekijk het compleet pakket voor katten of neem gerust contact met ons op voor persoonlijk advies. We helpen je graag op weg.
Meer weten over diervoeding of belangrijke vragen die we krijgen? Lees ons blog!